Bekijk het maar ...

MB2603 DigimeterLive TV-kijkers steeds zeldzamer

Enig idee op welk tijdstip vandaag het late journaal op TV1 te zien is? De kans dat u het niet exact weet te zeggen is groot. De kans dat het u niet interesseert ook. Mocht u de uitzending missen, dan biedt de optie ‘herbekijken’ alle kansen om perfect op de hoogte te blijven van wat er in de wereld gebeurt. Waarschijnlijk kijkt u sowieso al wanneer het u uitkomt. Net zo goed als de kans heel groot is dat u het nieuws wel ergens anders vandaan haalt. De tijden en gewoonten zijn immers volledig veranderd. Wie het allemaal wel veel interesseert is IMEC, dat als internationaal vermaard onderzoekscentrum gelooft in de bijdrage van de technologie aan een betere toekomst – en daar veel onderzoek aan besteedt. De resultaten daarvan belanden in de jaarlijkse ‘digimeter’, die duidelijk maakt in hoeverre de digitale revolutie het kijk-, lees- en luistergedrag van de bevolking beïnvloedt.

Hoeveel Vlamingen bezitten en gebruiken minstens 1 apparaat dat toegang geeft tot het wereldwijde web? De afgelopen jaren is dat aantal nauwelijks veranderd, en dat heeft te maken met de verzadiging van de markt. Immers, vrijwel iedereen beschikt over een ‘smart’-toestel, zodat er vrijwel geen enkele groeimarge meer is.De digimeter laat zien dat 99 procent van de Vlamingen thuis toegang heeft tot minstens één slim (connecteerbaar) toestel en eveneens 99 procent toegang heeft tot een vorm van internetverbinding. Het meest populaire apparaat is de smartphone: 95 procent heeft er een en 94 procent gebruikt die ook dagelijks. De simpele GSM van vroeger, ooit een populair hebbeding, heeft afgedaan. Wat computers betreft: veel mensen hebben er nog een (doorgaans een laptop), maar lang niet iedereen gebruikt die regelmatig. Vaak wordt dan gedacht aan de ouderen, die niet mee zijn met alle moderne ontwikkelingen, maar ook bij de jongvolwassenen (leeftijdscategorie 25-34) neemt het gebruik af. Voor de toegang tot digitale diensten volstaat de smartphone. De tablet is een apparaat dat zo’n 60 procent van de mensen weet te bekoren, en lijkt daarmee aan de limiet te zitten. Het toestel dat nog wel een stevige groei weet te realiseren, is de smartwatch. Ten slotte: flatscreen-TV’s vind je bij 96 procent, waarbij er de laatste jaren een verschuiving gaande is in het voordeel van de smart-TV. Toch is in de kijkbeleving van de Vlaming het televisiescherm allang geen koning meer, aldus de nieuwste editie van de digimeter. Voor hooguit 5 procent is de TV nog het meest onmisbare apparaat.

Nooit gemist
Jaren geleden was het nodig om de TV-gidsen uit te pluizen om te weten wanneer de favoriete programma’s bekeken konden worden. Wie op dat moment niet voor de kijkbuis kon zitten, kon als het wat meezat nog een beroep doen op een videorecorder. Al was het altijd hopen dat het vorige programma niet te veel uitliep, en het zorgvuldig met de timer ingestelde opnameapparaat toch nog voor het einde van de uitzending werd uitgeschakeld. Allemaal ongemakkelijke situaties die tot een ver verleden behoren. Net zoals de TV-antenne die vroeger menig dak ontsierde. Een recenter fenomeen is dat de kabel (die de antenne overbodig maakte), steeds meer een relikwie van het verleden dreigt te worden. Dat is het geval bij de groeiende groep van de zogenaamde ‘cord-cutters’, mensen die hun abonnement op de kabel-TV hebben opgezegd, en uitsluitend via het internet kijken.

Maakt het een verschil waar en wanneer mensen kijken? Op commercieel vlak in ieder geval wel. Media (en vooral de niet-openbare omroepen) moeten het voor een groot deel hebben van reclame-inkomsten. En in de wetmatigheden van vraag en aanbod betekenen lagere kijkcijfers lagere inkomsten uit advertenties. Het zal dus duidelijk zijn dat adverteerders de statistieken nauwlettend in de gaten houden. Waarom zou je veel geld uitgeven aan promotiecampagnes die veel te weinig bekeken worden – en dus ook weinig bijdragen aan het verhogen van de verkoopcijfers?

Boodschap ontvangen?
Het zijn niet alleen de adverteerders die willen weten welke impact hun inspanningen hebben. De media zijn immers onmisbaar voor iedereen die een bepaalde boodschap wil overbrengen. Wie de aandacht van veel kijkers of luisteraars weet te trekken, kan daarvan gebruik maken om een bepaalde ideologie te verspreiden. Iets dat veel programma-makers nu eenmaal willen, en dat is op zich niet negatief (al zijn er natuurlijk kwalijke uitzonderingen). Nietszeggende en louter entertainende programma’s vormen dan wel een belangrijk deel van het aanbod (mensen willen nu eenmaal bezig gehouden worden …), maar ideologie is ook niet ver te zoeken in heel wat programma’s. De benadering verschilt van land tot land. Terwijl in ons land de openbare omroep verondersteld wordt neutraal en vooral onpartijdig te zijn, is elders de diversiteit – en dus partijdigheid – het uitgangspunt. Denk aan Nederland, waar het hele publieke omroepbestel juist gebaseerd is op de verschillende ideologieën. Dat uit zich daar ook op religieus vlak: traditioneel waren er de katholieke, de protestantse en de evangelische omroep. De verenigingen kunnen er – binnen een aantal grenzen – hun boodschap verkondigen.

De wijziging van het medialandschap heeft ook gevolgen voor wie een bepaalde mening op het publiek wil afvuren. Uiteindelijk zijn massamedia bedoeld om een zo groot mogelijk bereik te hebben. Vroeger waren daar enorme investeringen voor nodig. Start maar eens een TV-zender op … En ook een radiostation vergde een stevig kapitaal. In die zin biedt de moderne techniek veel perspectieven. Via het internet kan immers een groot publiek bereikt worden, zonder dat dit astronomische budgetten vraagt. Zo bekeken zorgt de zich steeds verder ontwikkelende techniek voor nieuwe, onverwachte mogelijkheden. Zaak dus om die zo goed mogelijk te gebruiken.

O ja: voor wie live wil kijken: de VRT zendt het late journaal doorgaans tussen 10 en 11 uur ’s avonds uit ...