Meta blijft Mega
De mediawereld is voortdurend in beweging. Het is een stelling die vaak beweerd, maar minder vaak bewezen wordt. Neem nu de sociale media. Steeds opnieuw dienen zich nieuwe manieren aan, en een groot deel van de bevolking kan niet meer zonder deze vorm van communicatie. Althans, zo lijkt het. Maar wat zijn de feiten? De Digimeter - een initiatief van IMEC, het Interuniversitair Micro-Electronica Centrum, probeert het gedrag van de Vlamingen op communicatiegebied in kaart te brengen, of beter gezegd in statistieken en tabellen samen te vatten. Wanneer je de cijfers bekijkt, is niet alles zo veranderlijk als het lijkt.
Communicatie is eigen aan de mens. Onderling contact is levensbelangrijk en wordt op zich niet meer of minder, al varieert de manier waarop. Het grootste deel van de geschiedenis van de mens bestond dat contact uit het gewone gesprek, van persoon tot persoon, zonder enige technische tussenkomst. Door de uitvinding van de telefoon werd het gesprek op afstand mogelijk. We raakten er dankzij Alexander Graham Bell aan gewoon om met elkaar te bellen. Over de vraag of hij echt de uitvinder van de telefoon was, valt te discussiëren, maar hij slaagde er alleszins in om het apparaat te verbeteren en het tot een commercieel succes te maken. De telefoon, zij het vandaag de dag steeds meer in de mobiele versie, is niet meer weg te denken. Ook al beschikken we nu over heel wat andere communicatiemiddelen, nog steeds is 'bellen' een enorm populaire manier. Nog altijd belt 89 procent van de Vlamingen minstens maandelijks, terwijl iets meer dan 40 procent dat dagelijks doet. Alleen het aantal actieve gebruikers van WhatsApp ligt in dezelfde orde van grootte; eerste achtervolger is facebook (67 %). Instagram en Facebook Messenger liggen wat betreft het maandelijks gebruik rond de 50 procent. WhatsApp en het klassieke bellen zijn samen de meest gebruikte communicatiekanalen, terwijl de dichtste achtervolgers (SMS en Facebook Messenger) terrein verliezen. De achteruitgang is bij SMS-en veruit het grootst. Hoewel de percentages over het geheel genomen redelijk stabiel blijven, lijkt WhatsApp toch op alle gebruiksniveaus het nieuwe referentieplatform te worden.
Monopolies blijven bestaan
Ooit was het aanbieden van telefoonverkeer een taak en tegelijk een monopolie van de overheid. Wie zich op het telefoonnet wilde begeven, beschikte in feite maar over 1 mogelijkheid. Wie herinnert zich de RTT nog? Maar in 1994 kondigde de Europese Commissie de volledige liberalisering van de telecommuicatie aan. De Regie voor Telegraaf en Telefoon werd Belgacom, en later Proximus. Het aantal providers bleef groeien en de keuze werd steeds ruimer. De komst van de GSM opende een heel nieuw perspectief: de SMS. De Smartphone breidde het gamma nog veel verder uit. Wie vandaag de dag contact met een medemens wil opnemen, moet kiezen tussen een reeks opties. Sturen we iets via WhatsApp, komen we op facebook, geven we de voorkeur aan Instagram of kiezen we uiteindelijk toch voor Threads? Diversiteit te over, zou je zeggen, maar de voornoemde alternatieven behoren toe aan 1 bedrijf: Meta. Het bedrijf van Mark Zuckerberg is veruit dominant op het vlak van de sociale media. Je kunt stellen dat we uiteindelijk zelf kiezen voor een monopolie. Hoe dan ook, de aanpak van Meta is commercieel gezien heel slim: onderling verschuift er veel, maar over het geheel genomen blijft het aandeel van het bedrijf in de communicatiekoek stabiel...
Paradoxen
Het is dus een paradox dat deregularisatie automatisch leidt tot het vervliegen van monopolies. Maar de sociale media tonen nog meer paradoxen - en het Digimeterrapport toont die aan. Een daarvan is de technologieparadox: technologisch lijken de mogelijkheden van online diensten quasi onbegrensd, maar gevoelsmatig en financieel botsen we in de verschuiving naar die diensten steeds meer op grenzen. Digitaal functioneren heeft een financiële kost die niet altijd en niet voor iedereen evident is om te dragen. Er is hardware nodig (wat bijvoorbeeld de aanschaf van een extra tablet noodzakelijk maakt) en op softwarevlak zien we dat 34 procent van de Vlamingen minstens 1 online dienst niet heeft omdat het te duur is. Bijna iedereen kan connecteren, maar niet iedereen kan participeren. Voor sommigen is een betere internettoegang niet betaalbaar, waardoor men niet in staat is om alle technische mogelijkheden te benutten.
Maar de belangrijkste paradox is die van de afhankelijkheidsparadox. We gebruiken de vele mogelijkheden van de sociale media, maar worden er ook steeds meer van afhankelijk en besteden er meer tijd aan dan we eigenlijk zouden willen. Bijna de helft van de bevolking heeft geregeld het gevoel tijd te verliezen op sociale media - tijd die ze achteraf gezien liever aan andere zaken hadden besteed. Bij de 'GenZ-ers' ligt dat percentage op 72 procent. Het resultaat is volgens de Digimeter een ambigu gevoel van een voortdurende evenwichtsoefening tussen de voor- en nadelen van sociale media die moeilijk vol te houden is. In dat licht wordt de roep steeds luider om een verbod van sociale media voor jongeren onder de 14 jaar, terwijl 4 op 5 Vlamingen het smartphoneverbod op school een goede zaak vindt (en bij de 18-24 jarigen is dat zo'n 58 procent).
Jong geleerd, oud gedaan ...
Communiceren in een digitaliserende wereld was de afgelopen jaren ook een verhaal van cumuleren en jongleren. Het aantal 18-24-jarigen dat dagelijks vier of meer sociale media en/of chatplatformen in de lucht hield, steeg naar twee op drie. Maar het is niet alleen een kwestie van jongeren. In totaal 87 procent van de Vlamingen gebruikte in 2025 dagelijks de sociale media of chatdiensten. De piek ligt inderdaad in de leeftijdscategorie van 18 tot 44 jaar (69 %), maar bij in de leeftijdsgroep van 65 tot 74 jaar is dat nog altijd 77 procent, en zelfs bij de 75-plussers gebruikt bijna 2 op 3 dergelijke platforms. Smartphones zijn zeker niet alleen voorbehouden aan jongeren. Het is vooral het type van sociale media dat verschilt. Zo wordt facebook meer en meer een platform voor hoofdzakelijk ouderen. Er zijn meer 65-plussers op facebook te vinden (57 procent), dan jongvolwassenen (54 %). TikTok blijft dan weer iets typisch voor jongeren: 65 % van de 18-24-jarigen is er te vinden; boven de 55 jaar is dat nog maar 5 procent. In die zin kun je moeilijk TikTok een concurrent van Meta noemen. Dat bedrijf blijft op alle vlakken megasterk aanwezig.
Scoren voor de eeuwigheid
Een zware blessure kan voor een profvoetballer het einde van zijn carrière betekenen. Maar daarom nog niet het einde van zijn leven. En ook niet van de sport. Het overkwam David Iboma, jarenlang aan de slag bij clubs als Antwerp, Beerschot, Patro Eisden en Sporting Hasselt. Hij stond op een bepaald moment zelfs in de belangstelling van Manchester City, Lyon en PSV Eindhoven. Maar de droom eindigde bruusk toen David zijn kruisbanden scheurde: “Plots was alles weg. Geen inkomen, geen toekomst. Ik ben toen in een diepe depressie beland”, geeft de ex-voetballer eerlijk toe. Maar David was al wat andere tegenslagen gewoon. Op zijn reizen die hij als kind met zijn vader maakte,
Lees meer
Bekijk het maar ...
Live TV-kijkers steeds zeldzamer
Enig idee op welk tijdstip vandaag het late journaal op TV1 te zien is? De kans dat u het niet exact weet te zeggen is groot. De kans dat het u niet interesseert ook. Mocht u de uitzending missen, dan biedt de optie ‘herbekijken’ alle kansen om perfect op de hoogte te blijven van wat er in de wereld gebeurt. Waarschijnlijk kijkt u sowieso al wanneer het u uitkomt. Net zo goed als de kans heel groot is dat u het nieuws wel ergens anders vandaan haalt. De tijden en gewoonten zijn immers volledig veranderd. Wie het allemaal wel veel interesseert is IMEC, dat als internationaal vermaard onderzoekscentrum gelooft in de bijdrage van de technologie aan een betere toekomst – en daar veel onderzoek aan besteedt. De resultaten daarvan belanden in de jaarlijkse ‘digimeter’, die duidelijk maakt in hoeverre de digitale revolutie het kijk-, lees- en luistergedrag van de bevolking beïnvloedt.
Lees meer