De herfsttijd, dat zijn frisse appels en peren, afgevallen bladeren die opgeharkt moeten worden en lange boswandelingen. Althans, zo ziet Jacques Rommel het. En het seizoen doet hem ook denken aan pompoensoep, hamrolletjes met witloof, wafels en chrysanten. Maar het gaat verder dan dat: hij merkt dat hij zo langzamerhand in de herfst van zijn leven beland is. Dat heeft zo z’n charme: niets moet, het màg. Toch is de realiteit confronterend. Leeftijdgenoten raken stilaan op de sukkel, en sommige zijn er zelfs al niet meer. Langzaamheid wordt het uitkijken naar het einde, en vooral: naar wat erna komt.
Lees hier de volledige tekst
Toen Marcel in 1976 het Leo XIII-seminarie in Leuven binnenstapte, kon hij niet vermoeden dat hij twee jaar later zijn droom om priester te worden zou hebben opgeborgen. Hij keerde de kerk steeds meer zijn rug toe en vroeg aan God om door Hem alleen gelaten te worden. Een gebed dat werd verhoord … Toch vond hij zijn geloof terug, studeerde theologie en trouwde met de liefde van zijn leven. En dan ontdekte het koppel dat er een erfelijke ziekte in de familie was, die een grote impact op hun verdere leven zou hebben, en uiteindelijk zorgde voor het vroegtijdige overlijden van zijn vrouw.
Lees hier het volledige verhaal
Veel mensen hebben nog altijd het idee dat God ons voortdurend nauwlettend in de gaten houdt en dat Hij ons straft zodra we een fout begaan. Zo werd het vroeger toch voorgesteld, en zo leeft het soms ook nog vandaag. Je kunt Hem dus maar beter gehoorzamen, als je niet wilt dat je iets ergs overkomt. Maar klopt dat beeld? Als je rondom je heen kijkt, lijkt het tegenovergestelde meer voor de hand te liggen. Mensen die zich aan God noch gebod storen, komen daar blijkbaar ongestraft mee weg. Dat kan vragen oproepen, maar een ding is zeker: God wil geen gehoorzaamheid uit angst, maar uit liefde ...
Lees hier het volledge artikel
Kermis in het dorp – een van de hoogtepunten van het jaar. Dus gaat Reninca met haar kinderen naar dit summum van plezier. Terwijl ze ziet hoe haar kinderen zich amuseren, merkt ze ook dat de rekening oploopt. Ritjes in de draaimolen, eendjes vissen, suikerspinnen, … Ze probeert vrolijk te blijven, maar van binnen komt er een kleine kramp. Reninca wil geen moeder zijn, die alles afremt, maar er zijn grenzen. Heeft ze het goed gedaan? ’s Avonds klinkt er een zacht stemmetje: Mama, ik hou van de kermis … en ik hou van jou! En de liefhebbende mama wint het van de boekhouder.
Lees hier het volledige artikel